| Home | Vakanties | Wandelpaden | Fietsen | Overig |
Dag 19: Weustenrade - Schin op Geul
achteruitkijken naar de Kunderberg |
|
De dagen worden steeds korter maar het weer blijft mooi. Dan wagen we het nog eens, een dag wandelen in Limburg. Om half 8, nog in het donker, rijden we thuis weg. Als uitvalsbasis hebben we de Gulperberg gekozen. Bijna anderhalf uur zijn we onderweg, waarschijnlijk is dit de langste reis tijdens het lopen van het Pelgrimspad. Maar daarvoor staan we dan ook op een punt met prachtig uitzicht geparkeerd!
herfstkleuren, gehucht Beertenshoven, knotwilgen in het Geuldal, de Geul kronkelt volop Eerst eens omlaag, naar de bebouwde kom van Gulpen. Door de uitgestorven winkelstraten lopen we naar de plaats waar we het Pelgrimspad gaan oppikken. Stijgend en dalend gaan we richting Wijlre, ‘bierdorp sinds 1340’. De Brand brouwerij is niet te missen maar het paadje langs de brouwerij dat we moeten hebben, missen we bijna wel. Tussen brouwerij en sportvelden door komen we terecht op een mooi pad langs de Geul. We hebben geluk, het gras is niet erg nat op deze ochtend. Zo kuieren we zonder problemen naar Schin op Geul, terwijl de beek dan weer dichtbij, dan weer wat verder weg is. Het dorp vormt vandaag het einde van ons eerste stukje Pelgrimspad. Na de eerste theepauze gaat onze eigen route verder via Klimmen naar Weustenrade, de plaats waar we de loop van het Pelgrimspad weer zullen oppikken. Het viel niet mee om op de kaart van het tussenstuk iets moois te maken, en in het veld blijkt hetzelfde. Boerenland met weinig onverharde wegen. Het asfalt is bovendien vaak druk bereden, en dat loopt erg onrustig. Alleen het laatste stuk naar Weustenrade kunnen we op ons gemak wat langer over een zandpad lopen, heerlijk!
Maria in Weustenrade, kasteel Cortenbach Voor de tweede keer op het Pelgrimspad deze dag, dat vieren we met een broodje bij het
Mariakapelletje van Weustenrade. Lekker in de zon, de jassen zijn al lang in de rugzak
verdwenen. Je zou bijna vergeten dat het al 19 november is. Bij Voerendaal treffen we kasteel Cortenbach, het zoveelste kasteel van de dag. Dit deel van Limburg is goed voorzien van riante woonhuizen. In de buurt van het kasteel wordt vandaag niet gejaagd en dus mogen we het pad door de velden nemen. Dat is geen onverdeeld genoegen, want het koolzaad staat nog op het land en geeft een weeiige geur af.
uitzicht bij de Kunderberg, verdwaald ... Na een stukje Kunrade, en een viaduct onder de snelweg door, wacht ons het toch wel mooiste stukje van de dag: langs de Kunderberg. We zijn hier natuurlijk in de verkeerde tijd van het jaar (de orchideeën op het kalkgrasland zijn er immers in het voorjaar) maar ook nu is het prachtig. Het pad dat we naar Ubachsberg volgen heet niet voor niets ‘Achteromkijkpad’. We kijken ook nog wel eens naar beneden, dat levert regelmatig iets op. Deze keer iets heel opmerkelijks: een verdwaalde mol! Helemaal gedesoriënteerd schuifelt hij over het asfalt. Z’n vacht ziet er niet erg florissant uit, het beestje heeft vast iets onder de leden. Maar toch, het blijft apart, zo’n ‘ontmoeting’.
tot 1919 het hoogste punt van Nederland, molen Vrouwenheide De Kunderberg kenden we al van eerdere wandelingen. Hoe dichter we daarna weer bij
de Gulperberg komen, des te bekender de omgeving wordt. Alhoewel, het voormalig hoogste
punt van Nederland - vóórdat Vaals in 1919 bij Nederland werd gevoegd - was ons nog
nooit opgevallen. Ondertussen loopt de kilometerteller gestaag door, en de zon zakt langzaam naar de horizon. Om het laatste stuk een beetje in te korten, nemen we in de buurt van Cartils een kortere weg naar de parkeerplaats, via Wittem. Dat scheelt toch een kilometer. Het Mariabeeld komt langzaam dichterbij, en na 32 km zijn we weer terug bij de auto. Een prachtige wandeldag. Terwijl we terug naar het noorden gaan zet de ondergaande zon de bosranden in vuur en vlam. Gouden tinten in allerlei schakeringen benadrukken de schoonheid van het landschap. Wat is Limburg toch mooi. |