| Home | Vakanties | Wandelpaden | Fietsen | Overig |
Dag 12: De monstertocht naar Goppenstein
het einde van het Lötschental |
|
Jaha, de weersvoorspelling is goed genoeg voor een flinke tocht. We gaan eens een oudje overdoen,
van Kandersteg via de Lötschenpass naar Goppenstein en dan met de trein terug. Een flinke tippel,
dus we gaan vroeg op pad.
langs de Kander naar Selden, het huisje van Hans en Grietje?, nuttig bestede pauze, klein maar fijn De Kander staat flink hoog. Vlakbij Selden slaan we het pad in dat ons uiteindelijk op het welbekende pad richting Gfellalp, en vandaar naar de Lötschenpass zal brengen. Nog een stukje omhoog, en dan mogen we wel genieten van een eerste pauze. We hebben er al ruim tweeënhalf uur opzitten. Bij Gfellalp hebben we geluk, een enorme troep scouts staat klaar om te vertrekken en we kunnen nog net ‘voordringen’. Pff, die dertig hoeven we alvast niet in te halen op de smalle paden. Maar eigenlijk valt het heel erg mee met de drukte. Nauwelijks tegenliggers en gelukkig lopen we zelf nog snel genoeg om niet continu ingehaald te worden.
machtige bergen, Kanderfirn, dreadlock-schapen, bijna bij de Lötschengletsjer Hoewel er wat wolken rond de toppen hangen is het zicht toch mooi. We kunnen diep het Gasterental inkijken, helemaal tot aan het Kanderfirn. En als we eenmaal de kam bij Balme over zijn zien we ook de Lötschengletsjer in volle glorie. Alles gaat gesmeerd. Tot slot nog de klauterpartij over het rotspad, en dan zien we ineens de Lötschenpass liggen met het bekende hutje.
uitzicht, Lötschengletsjer, rotspad, Wallis We lopen nog iets verder door want vlak boven de hut ligt de cache Lötschenpass. Bij het steenmannetje dat de cache markeert is het ideaal lunchen. Lekker rustig, mooi uitzicht, en dichtbij prachtige alpenbloemen en de vreemdsoortige korstmossen die hier het gesteente sieren.
Bietschhorn, pauze, in Wallis De laatste (en enige) keer dat we van hier afdaalden naar Goppenstein was in 2002. Dit betekent dat het pad voor ons zo goed als nieuw is. Eerst maar eens naar Kummenalp. We komen bijna geen mens tegen, en nog aparter: ook geen schapen, geiten of koeien. Zo stil, dat maak je niet vaak mee in deze regio. Er fluiten wat murmeltiere maar het lukt ons niet om ze ook echt te ontdekken.
het Wallis in, paarsrode gentiaan, Kummenalp, wat veel vlinders! Nu we aan de zuidkant van de Alpen zijn, houden we de omgeving extra goed in de gaten. Niet alle planten- en diersoorten kunnen de barrière van het hooggebergte nemen. Op plantengebied is de oogst niet overweldigend. Op vlindergebied gaat het beter. Vooral wanneer we Kummenalp voorbij zijn wemelt het van de vlinders. Naast de bekende erebia’s en parelmoervlindersoorten vliegen hier heel veel morgenroodvlinders rond en ook allerlei blauwtjes. Het mooiste komt lager: apollovlinders!
morgenrood, witje, blauwtje, apollovlinder Het is maar goed dat de vlinders voor afleiding zorgen want het lijkt wel of we niet omlaag mogen. Van Kummenalp naar Restialp: eerst wat omlaag, dan weer omhoog. Van Restialp naar Faldumalp idem dito. Ondanks het oerwoudpad omlaag (wel op de kaart, niet gemarkeerd - in de praktijk wel belopen maar niet onderhouden!) moeten we ook hier weer omhoog. We worden dan wel beloond met het schattige kapelletje ‘Maria zum Schnee’ maar zitten nog steeds boven 2000 meter!
Maria zum Schnee, wat een drukte op één bloem! Nou, daar gaan we dan eindelijk. In één ruk meer dan 800 meter omlaag naar Goppenstein. Het pad is gelukkig redelijk goed te belopen. Weinig modder, weinig lastige grote stenen. We zijn keurig na negenenhalf uur op het station van Goppenstein. Jammer dat de trein naar Kandersteg net weg is waardoor we ruim 3 kwartier moeten wachten. Maar als we eenmaal kunnen instappen staan we na iets meer dan 10 minuten tunnelen bijna op ons eigen stoepje! |