| Home | Vakanties | Wandelpaden | Fietsen | Overig |
Dag 3: Langs de Schwarzbach naar de Gällihorn
Gurnigel |
|
Voor vandaag is veel regen voorspeld maar hoe dichter bij de maandag, des te beter
de voorspelling wordt. ’s Morgens bij het opstaan is het droog, en de bewolking
hangt zelfs wat hoger dan op zondag. Onze ontbijt-tv laat weerkaartjes zien waaruit we
kunnen opmaken dat het slechte weer waarschijnlijk pas na de middag zal losbarsten.
Nou, dan gaan we snel op pad!
het pad langs de Kander, watergeweld in de Chlus We nemen het pad langs de beek dat uitkomt bij het Scout Centre. Ondanks het vroege uur
lopen hier al hordes scouts rond. Grotendeels bepakt en bezakt, waarschijnlijk voor een
huttentocht. Bij het dalstation van de Sunnbuel-bahn kunnen we de natuur in. Door het bos
stijgen we richting Kander. Het pad loopt veel dichter langs de watervallen dan de autoweg,
dat maakt het natuurgeweld des te indrukwekkender.
het uitgesleten pad van de Schwarzbach, Turkse muts Vanaf hier gaan we verder langs de Schwarzbach. Een van de mooiere paden in dit dal,
voor zover het nodig is om onderscheid te maken. Watervallen, kloven, het Gurnigel-gat
en de enorme variatie aan bloemen in de buurt van Stierenberg maken deze route speciaal.
langs de Schwarzbach, pauze op de Gällihorn, zicht op het Gasterental, alpensalamander Het pad naar de Gällihorn is een van de rustiger routes in dit gebied. Onderweg komen we
slechts twee mensen tegen. En een alpensalamander, fraai gekruld op het pad. Op het uitzichtspunt
nemen we een uitgebreide pauze, het uitzicht over het dal is weer mooi - ook al begint het nu toch
iets donkerder te worden.
uitzicht in het Üschinental, de bewoners van dit dal Nu hoeven we ons verder geen zorgen meer te maken. Als het nodig is kunnen we tot aan ons vakantiehuis verharde wegen blijven volgen. Maar wie schetst onze verbazing wanneer het na een tijdje gewoon droog wordt! Juist als het tijd is voor de lunch. Nog mooier, de zon breekt weer door en aan de lucht te zien zullen we hier weer een tijdje van kunnen genieten. Dan nemen we toch maar het pad door de wei en door het bos. Vlinders fladderen volop rond. Zandoogjes,
een enkel blauwtje en zelfs een paar parelmoervlinders. Bij een ondiep bergbeekje wassen we de ergste modder
van de schoenen. Er zit een flinke koek aan vast. Vervolgens gaat het laatste stuk van de terugweg -
in het zonnetje - bijna vanzelf. |