| Home | Vakanties | Wandelpaden | Fietsen | Overig |
Dag 7: Een uit de hand gelopen route naar de Rote Chumme
blik in Wallis op de Gemmipass |
|
In de vroege ochtend zou nog een staartje regen van donderdag kunnen vallen en inderdaad,
iets na 6 uur ’s morgens regent het nog. Toch staan we niet al te laat op want al
in de loop van de ochtend zou de regen moeten wegtrekken. Als rond 8 uur de eerste blauwe
gaten in het wolkendek te zien zijn laden we de rugzakken op onze schouders en gaan meteen
op pad.
zwammen, dat was niet voorzien!, schuilen bij Schwarenbach, het trekt op De route naar Stock gaat keurig. Eerst te voet langs de Kander en het Scout Centre, en als
het stijgen begint breekt de zon een beetje door. Prima, dat wordt dus een mooie wandeldag ...
Jammer dan, net onder Stock lopen we een wolk binnen en begint het te druppen, gevolgd door
een echte regenbui wanneer we voorbij Stierenbergli de almen van Spittelmatte oplopen.
blik op Leukerbad, achtster, Altels, Daubensee Terwijl wij binnen opdrogen droogt het buiten ook op. Na een half uurtje teuten bij de thee
zien we mensen langskomen zonder paraplu, en zonder capuchon. Ja, tijd om weer aan de wandel te gaan.
Wie weet gaat de bewolking nu snel optrekken, zullen we naar de Gemmipass gaan? Dan zien we eindelijk
eens wat Walliser bergen. Hoog tijd voor de lunch, liefst op een luw plekje want het kan hier flink waaien. We vinden een prima picknickplaats uit de wind en in de zon, en slaan een flink gat in de broodvoorraad. Wat smaakt dat goed, als je ‘gewerkt’ hebt. Ook maken we plannen voor de rest van de dag. Als we een beetje doorlopen kunnen we nog wel naar de Rote Chumme, dat bijzondere pasje boven Hotel Schwarenbach.
volop gentianen, iets meer water dan verwacht Een goede keuze. Langs de andere kant van de Daubensee is het pad een stuk rustiger. Af en toe
laat de zon zich zien, af en toe is het flink bewolkt. Op zulke mistige momenten is de omgeving,
die toch al onaards oogt, bijna unheimisch.
verse sneeuw op de Rote Chumme, de pas voor ons alleen, unheimisch, ja - daar waren we net! Op de Rote Chumme hebben we de bergen voor ons alleen. Heerlijk in de zon, maken we het laatste brood soldaat bij een kop thee. Wat hebben we het goed. Na het pasje gaan we richting Tälli en het Üschinental. Af en toe ligt er nog wat sneeuw op het pad, we kunnen er aan zien dat we hier vandaag de eerste wandelaars zijn. Nu moeten we omlaag, omlaag. Dat valt niet mee, als er al meer dan 7 wandeluren op zitten. Tot aan het Schwarzgrätli lopen we door terrein met grote rotsblokken, die wel door reuzen weggegooid lijken. Daarna trekken we het Üschinental in, en dat betekent alpenweiden.
witje of apollo?, de zon breekt door, grote rotsblokken, het Üschinental En alpenweiden, dat betekent modder. Op de hogere almen valt het wel mee maar wanneer we
eenmaal koeien beginnen tegen te komen moeten we soms goed uitkijken waar we onze voeten
neerzetten.
Schwarzgrätli, murmeltier! We zijn wel blij wanneer we op de ‘grote’ weg door het dal komen. Dit is lekker lopen aan het eind van de dag. Geen modder, geen koeienvlaaien, geen glibberige stenen. Tot onze verbazing is het híer, in de ‘bewoonde wereld’ dat we ons eerste alpenwild van deze vakantie zien. En dat allemaal dankzij een Nederlandse familie waarvan de zoon een fijne neus voor murmeltiere heeft. Een praatje met landgenoten kan best leuk zijn. Terwijl we staan te buurten gaan
zoon en dochter achter het murmeltier aan. Geen rots is hen te hoog! |